Competenties van docenten GVO

Referentiedocument
In mei 2010 verscheen het referentiedocument ‘Competente vakdocenten GVO en HVO voor de openbare basisschool. Hierin staat een beschrijving van de pedagogische, vakinhoudelijke en didactische competenties, evenals de interpersoonlijke en organisatorische competenties. Daarbij wordt ook ingegaan op de samenwerking met collega’s en de omgeving, reflectie en professionele ontwikkeling.
Naast deze competentiebeschrijvingen is er ruimte voor het ontwikkelen van aanvullende competenties. De docenten GVO zijn immers verbonden met de eigen plaatselijke werkgroepen. Het uitdrukken van die verbondenheid in relatie tot de eigen levensbeschouwing is onderdeel van de professionaliteit van de docent.

De competenties zijn verdeeld in:

  • algemene competenties voor alle GVO- en HVO-docenten
  • en een aanvulling met specifieke vakinhoudelijke competenties voor protestantse GVO-docenten.

Aan de docent die godsdienstig vormingsonderwijs wil geven op de openbare basisschool worden diverse eisen gesteld, zoals:

  • een afgeronde opleiding op (minimaal) HBO-niveau, inclusief onderwijsbevoegdheid;
  • qua competenties beschikken over pedagogische vaardigheden;
  • vakinhoudelijk (theologisch) en didactisch competent zijn;
  • kunnen werken binnen de setting van de openbare basisschool;
  • kennis hebben van plaatselijke werkgroepen.